De energiesystemen

Hoe je eigen trainingsprogramma vorm te geven? Er is veel informatie beschikbaar via het internet. Woorden als lactaatthreshold, lactaatdrempel, Funtional Threshold Power, anaerobe drempel, en ventilatoire drempelwaarde, vliegen je om de oren. Wat is het verschil tussen al deze waarden en welke zijn het belangrijkst?

Allemaal! Waarom? Alhoewel de begrippen allemaal verschillende definities hebben, vertellen ze je ongeveer hetzelfde over jouw conditie!

Energiesystemen

Om een goed beeld te krijgen van de eerdergenoemde begrippen, is wat basiskennis met betrekking tot de achterliggende fysiologie handig. Energie wordt in het lichaam aangeleverd via ATP. Deze energiedrager is dus nodig om te voldoen aan de energiebehoeften tijdens inspanningen. Om deze ATP, met energierijke verbindingen, te produceren, kunnen verschillende energiesystemen aangesproken worden:

  1. Het fosfaatsysteem
  2. Het anaerobe systeem
  3. Het aerobe systeem

Deze energiesystemen werken parallel van elkaar en door elkaar, wat betekent dat er geen simpele aan-/uitknop is voor de systemen. Echter, de grootte van de bijdrage van de verschillende energiesystemen hangt onder andere af van de inspanning, de getraindheid en voeding.

Het fosfaatsysteem

Het fosfaatsysteem is het snelle, directe energiesysteem. Het zorgt voor de energie die vereist is voor korte, inspanningen op hoog vermogen, die niet langer dan 10 seconden duren. Als de energiebehoefte groter is dan dat de anaerobe en aerobe systemen kunnen produceren, zal het fosfaatsysteem een belangrijke rol spelen in de energieproductie. Wielrenners zullen dit energiesysteem bijvoorbeeld gebruiken voor zeer snelle, korte sprints en om een snel gat te slaan met opponenten. Het fosfaatsysteem bestaat zelf uit twee verschillende onderdelen: vrije ATP-moleculen en PCr-moleculen.

Als een ATP-molecuul gebruikt wordt om energie vrij te maken, blijft er een ADP-molecuul over (van ‘Tri-’ naar ‘Di-’). Om een nieuw ATP-molecuul te creëren, kan een PCr-molecuul zijn fosfaat-ion (“P”) ‘doneren’ aan het ADP-molecuul. Beide voorraden, zowel die van ATP als PCr, zijn erg snel op. Om deze reden zijn er andere systemen nodig bij langere inspanningen…



Het aerobe systeem (“Met Zuurstof”)

Het aerobe systeem is het belangrijkste energiesysteem tijdens langere, en met name minder intense inspanningen. Het systeem gebruikt zuurstof om ATP te produceren uit vetten en koolhydraten (en in mindere mate uit eiwitten). Dit doet het zonder al te veel afvalproducten. De enige afvalproducten van het aerobe systeem zijn CO2, wat via de ademhaling het lichaam verlaat, en water! Het aerobe systeem voorziet jou in feite van energie voor de hele dag. Hierbij maakt het lichaam gebruik van een mix van verschillende brandstoffen (vetten, koolhydraten en eiwitten), afhankelijk van de energiebehoefte en de beschikbaarheid van de verschillende brandstoffen.

In principe geldt: hoe intenser en krachtiger de inspanning, hoe meer koolhydraten gebruikt zullen worden door het aerobe systeem. Echter, het aerobe systeem heeft wat tijd nodig om warm te draaien en produceert het de vereiste ATP relatief langzaam. Om deze reden heeft dit energiesysteem niet de voorkeur bij snelle, krachtige inspanningen. De maximale aerobe energieproductiesnelheid (ook wel VO2max), wordt vooral bepaald door de cardiovasculaire fitness.



Het anaerobe systeem (“Zonder Zuurstof”)

Het anaerobe systeem, of het glycolytische systeem, is het systeem dat bij iedereen goed bekend is. Je bent op het punt waarop je niet langer in staat bent om de vereiste energie alleen met het aerobe systeem te produceren. Met andere woorden: je hebt extra bronnen nodig om bijvoorbeeld te versnellen, of om een klimmetje over te komen. Dit is waar het anaerobe systeem bijspringt. Het anaerobe systeem zorgt voor energie voor kortere inspanningen op hoog vermogen en is in feite de middenweg tussen het fosfaatsysteem en het aerobe systeem.

Deze energie heeft echter een hoge prijs. De afvalproducten die geproduceerd worden door het anaerobe systeem zijn schadelijker voor de prestaties dan die van het aerobe systeem. Gedurende het proces zullen namelijk lactaat en waterstofionen geproduceerd worden. Dit zal in eerste instantie weinig problemen opleveren. Het lichaam is, tot een bepaalde hoogte, prima in staat om de afvalproducten te verwerken of bufferen.

Volgend artikel: De Lactaatdrempel

Je eigen VO2max of drempelwaarde achterhalen? Of heb je hulp nodig met je training? Laat het ons weten via cycling@science2move.nl of bekijk https://de-vitaliteitspraktijk.nl/inspanningstesten/conditietest/.